Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nooit heeft voordien de Christenheid bezeten Een ridderroem zoo trotsch, een adel zoo vol eer.

Sinds dat in Cesareh de eerste kruistrawanten Vierden het Pinksterfeest, toen over Libanon En Emmaus int Heilig Rijk belandden, Zijnt alles schitternamen die de historie won.

Nog eene krappe maand, en 't wil zichzelf klaroenen, Wie wel de félste ster is uit de Groote Beer Der zeven heroszonen — van eenderlei blasoene, Met Kruis tot raadselwapen, Kristus tot baanderheer.

Doch mijn psaltarium stemt zich alleen voor Reinout Palster En zijne rechterhand, den wonderkoenen Walther, Een schitterhelmige komeet zij leken waar zij streden, Getweeën èène kern van felste vurigheden!

(Ongemerkt is Herzeloude meer naar voren getreden). 1 Reinout is in het Heilig Graf gedaald, en heeft Als eens Helena, moeder des Grooten Constantijns, Het ware Kruis ontdekt, waaraan de Christus sneefd', En ook den Kelk des Avondmalen wijns!

(Verrassing onder de hoorders).i] 't Was op 't dringend vragen der soldaten Dat hij, als reinste held, het Graf betreden zou, Hij ging — een uur de schaar stond bang verlaten, Smachtend den heilboö om.zijn grootsch ontvouw.

Hij kwam uit 't graf, als Mozes trad van Sinaï

Vervuld vant Groote Woord: „daar is mijn vuur en licht."

Zijn hoofd omhuld, en ieder viel in knie,

Voor zijn getuigenis, daarvoor elk twijfleu zwicht!

Sluiten