Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bereidt haar voor op dit ons vast besluit,

Opdat ter Rijksraad straks zij ons haar jawoord uit

Bisschop Abelard:

;Het waar' het recht gehemd, de waardigheid vergeten, Zoo'k Tankelijn verklaagd, zijn dood steeds had geëischtl

De Uterechtsche brief, die hem zoo straf verwijst

Naar Keulens aartsbisschop, bleef die u onbekend,

Zijn oproer in mijn Rijk met gansch zijn vloekbre bent?

BDat spouwt mijn geest met donderende slagen! Is 't waardigheid geweest wat gij dorst onderwagen? Maar neen — maar neen! Ik had nog even graag

| Ge bliest uit koopren buis Grieksch vuur me in den kraag, Dan zulks te zeggen! Die Tanchelm, aartsschavuit, Die Mancheïst, in Handwerp lang verbruid, Die Christus nagebootst, trouwt met de Moeder Gods, Het grauw in opstand roert tot spijze des schavots, 't Met leugentaal vervoert, met teeknen niet maar 'streken, Den Kruisdood overschreeuwt met nieuwe Heilandspreeken, Voor 't Volk zwaar hebreeuwd, 't verstaat nochtans genoeg

i Als deze listge vraag: „Waarom de Paus toch droeg" „Zoo'n zorg aan den daag voor 't wel van Bethlehem,"

j „Een koningsdomme weerd uit 't groot Jerusalem ?"

(Petemoei af).

TOONEEL IX.

(Bisschop Abelard komt op). Koning Amfortas: I O! dat ge hebt voorgestemd, en dat bij beter weten!

Koning Amfortas:

Sluiten