Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Provisor:

Zoo Uw letters mij het mirakel volbrengen, dat voor dezen keer de aartsengelen het roosterspit komen draaien, heb ik er vrede mee. O! wat een tijd, dat de kloosters vol klerken zijn, die zich te goed en te wijs voor deze aarde rekenen en lezen, maar nochtans er rijkelijk van willen schransen! De manicheïsten mogen ze halen 1 (wil boos weg looperi).

Isward: (evenals zijn beide broeders opgeschrikt).

Niet zoo, heer Provisor. Laten mijn broeders Isfried en Folkert U bijstaan; zij verstaan van Tongerloo het vak terdege

Walther: (verrast). Hoe?

Provisor: (bedarend).

Wel zool Nu, ik zal den abt daarover berichten. En hoe is Uw naam?

Isward:

Isward is mijn naam, deze broeders zijn Isfried en Folkert, kweekelingen der abdij van Tongerloo — op onzen voettocht naar Toxane mochten wij hier gaarne eenige dagen toeven en in de klerezij inzage bekomen over eenige belangrijke geschriften.

Provisor:

Qoed, wil hier even wachten. Ik ben seffens weeromme.

(Provisor af — in de kapel).

TOONEEL VI.

Walther:

Wat zeidet ge, van de abdij Tongerloo ? Dan zijn we land-

Sluiten