Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Manasse: (Vlug opstaand).

O, broeder Isward, hun reis zal voorspoedig zijn en hoe,

zijt ge daar weer, jonker Walther en broeder Provisor?

Everwacher: (ontwakend). Amenl — gegroet mogen wij blijven?

Walther: Ja — zoo lang ge wilt.

De Provisor:

Zoo ge maar meehelpt 1 En niet onder het roosteren in slaap

of in 't bidden valtl

Tankelijn: Zoo volgt den frater Provisor, broeders!

Walther: En gaan wij met hen, broeder Isward!

T a n k e 1 ij n: Goed!

(allen af).

TOONEEL IX.

(Uit de kapel treedt een processie. Twee aan twee eerst een achttal ridders, in witte Tempelierenmantels, met een rood kruis op den rug. Dan in volgorde twee koorknapen met lichten, twee met wierookvaten, priesters met kelk, monstrans, crucifix, en kerkvaan, monniken, schildknapen, koorknapen met licht en wierook, zingende „Domine coeli, gloria in excelsis deo." Zij verdwijnen langzaam In dezelfde richting als de laatst verdwenenen van het vorige tooneel).

Sluiten