Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reinout Palster:

Al wat tot godsvrucht hoort, met mond of hand om 't even, Gaat het vant harte uit, 't is heiligheid geprezen!

Broeder Willebrord:

Wat Moene heeft verbruid mijns ridders moedigst wezen, Dat hij opstandig is, niet telt het roemrijk strijden Dat hecht een heuchenis aant wondere bevrijden (Van Jezus' graf uit der barbaren vuist) Als nooit en gaf een ridder die gekruist ( Voor land en kerk zijn heldendienst verrichtte?

Reinout Palster:

En wisset gij het werk, waarvoor de Turk dus zwichtte,

Door geenen waan beliegt, maar eerlijk, naakt ontvouwen

Neem, vader, mij in biecht, mij steekt een fel berouwen Dat enkel ik aan U, geen andren kan belijden! Ik zweer dat ik van nu geen kerkdienst meer wil leiden, Dien ik onwaardig ben: aan mijne hand kleeft roof Als aan die der Saracên — want niet door het gelóóf Sloeg ik de Turken af — 't was ja des twijfels moed Die mij de krachten gaf! — Zoo vocht om hooger goed Een heiden met een heiden .

Broeder Willebrord:

Wat vreeselijk belijden durft daar een Christen spreken! Meent gij dat ongeloof

Reinout Palster:

Het is wel meer gebleken Dat over 's-waerelds kloof, daar 't godsbetrouw voor weifelt, De sprong genomen weerd door die het geloof betwijfelt, Zich blindelings verweert, en acht den afgrond niet.

Sluiten