Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEEL XII.

Reinout Palster:

Waar vind ik ook dat outer, te bidden tot 't eigenst zelf?

Wanneer zal ik tot rust zijn, knielensvaardig,

Van twijfel vrij, mijn hooge zending waardig?

Men gelooft mijn biechten niet, wil mij Jerüzalem's koning

Of Ridder van den Graal, en Montserrat tot woning 1

Hoe weer ik mij daartegen — ik zie den uitweg niet!

Straks komt mijn leenheer zelf en zingt 't gelijke lied

Van alle kruistrawanten: „Heil Palster, Godes zwaard 1"

En weet al evenmin wat twijfel mij bezwaart

Sinds ik het Heilig Graf dien nacht heb lèèg bevonden..

TOONEEL XIII.

Walther: (komt haastig aan). Hoe heb ik U gezocht!

Reinout Palster:

Zijt gij om mij gezonden?

Walther:

Neen Heer, wel een voor U. Een vrome kloosterling Gemoett' ik daar. Der Tongerloo-abdij!

Reinout Palster: Wat is met hem?

Walther:

Hij vroeg naar U, De eer van U te zien! Een vrome man, die als eens gij

Sluiten