Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Koning Amfortas:

Dan Maagd Marie te dienen?

Reinout Palster (droomerig).

In droomen teer

Is Zij verschenen mij, in rijksten glans en eer

Zoo ik het liefst die dacht: in d' eenvoud reinster deugden.

Haar duivevoeten zacht de hemelwei afvleugden;

En toen Zij zweefde over 'saethers blauwe golven

Die zwijmend zonlicht in purper had bedolven:

Toen lei Natuur vroom in 'aanbidding neer

Als eens bij Betlehem — verwonderlijk bekeer

Der ruwe waereld in droomens vage glanzen

Langs den azuren vloer schreed Zij tot aan de transen Van 's-Konings burcht, en — weelde niet te vaam 1 — Zij zong met zachte stem mijn jeugdgetrouwen naam

Koning Amfortas: Godslastering!

Reinout Palster:

Dat ik toen komen dierf? Neen laster was het niet, want wat ik daar verwierf Was'laster's loon niet, maar wel het hart der waereld, Het hart ook van den hemel, rijk bestaereld — De inhoud van het al, der dingen ziel en zijn, De eeuwigheid daarboven, de eeuwigheid in schijn. Lijk straks op weiden staat het geurig hooi te schelf, Zoo is mijn zielenveld van outers wijd bezaaid; Een offeroogst daar geurt van wenschen koen gemaaid. Ik bouw alleenlijk nu nog aan den burcht vant Zelf.

Sluiten