Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En als de Maan slechtte'tgelèende Licht kon geven! — Ik wil de ware Zonzoon zijn, het zelfontbrandend leven, Dat 'tal te vaste vleesch puurt in hel vuur der zinnen,

| Den brand des hemels in de bloedbaan drijft,

I. Dat gansch de stof veriaait om nieuwe stof te winnen!

■ Zooals de geest den geest moet geven, zoo blijft De stof der aarde eeuwig toebehoor en wederkeeren:

t Alzoo en anders niet wil ik mijn Evangelie leeren!

■Everwacher:

Ik ben u daarin steun, doch nogmaals, kan hier Palster i U wel van nutte zijn ?

Tankelijn:

Ja — als de fraaie halster Aant Openbaringspaard van mijn Hosanna-tocht!

Everwacher:

Doch lijk hij ommewaart, of hij met twijfel vocht Zal hij u kwalijk dienen! Zijn vlucht met ons was èèn lang zwijgen, En als gij met hem spraakt was hij Thomas in 't weerspreken! Hoe moet dat Heer, als hij niet weet te buigen?

Tankelijn:

O, wat onnoozle praat! Gij hebt hem wis, naar uwen aard Gevraagd wat, zoo 't ons slaagt, hij wel mocht wezen: Een Koning, Keizer — en of gij dan moest vreezen Dat hij vergeten zou U hoogst prelaat te maken!

Everwacher: Ben ik dat, Heere?

Sluiten