Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot iedren mennestreel, barde, histrioon,

Omdat ze zwerfs de kunsten eeren

In steê van kerksche gunst te smeeren

Graaf van Melun: Zwijg, hond!

De ridders dooreen:

Hij liegt — beleedigt ons — heeft 'tvolk aangezet Hij heeft het doopgeld van den Saraceen gehoond

Zanger:

Dat heb ik niet — zij hebben 't zelf getoond...

Koning Amfortas:

Men brenge dien zanger weg 1

De Ridders:

Ter dood?

t

Koning Amfortas:

Mij om het even... 1

(krijgsknechten willen met den zanger afgaani

De Zanger: (tof den Koning).

Wat nood

Van mijn slag deert geen schooier meer of minder,

Maar buiten schot zoo blijft de grootste hinder!

Dien noemde ik nog niet in mijnen volkszang,

't Wordt tijd dat ik gewaag' hier van zijn muichelgang:

Mistrouwt Uw bisschop, die in geheim verkeer

Met Gods Regent deez' muiterij beheer'!

Sluiten