Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tokraï:

Dat zaagt ge op zóó wijden afstand....? Kolthoum:

Verwondering deed het mij nabij zien. En angst vergrootte de schimmen, want ik dacht aan....

Tokraï:

Bid den Rikat, Kolthoum, het oog van den Nacht slaat open, ën Allah zoekt ons aanstonds met duizend lichten, of wij waard zijn morgen zijn Tempel in Jeruzalem terug te winnen!

Kolthoum:

Die schimmen komen uit mijn land Koufa: Layla heeft zegezonden of zij was het zelf om onheil te spellen!

Tokraï: Wees een leeuw, Kolthoum!

Kolthoum:

O, Perzische panter, tegen Christenhonden valt dat licht als een vijgenboom het vruchten geven, maar liefde geeft vreezen.

Tokraï:

Allah is groot en uwe liefde is in de Zijne. Kolthoum:

Maar ik heb gezondigd tegen Medina — omdat ik terugsmacht naar de waterbronnen van mijn land, naar Layla, en vrees van te zullen sterven in den Heiligen Oorlog. Die schimmen zeggen mij dat Layla wèl te sterven wist toen het moest (spreidt zijn bidmatje). O, kon ik bidden!

Sluiten