Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEEL I.

(Drie der wijzen, als Mohammedaansche krijgers verkleed, met lansen, bewaken het Heilig Graf en loopen langs de bogenrtj heen en weer. Rond den viperstiden Tempelkring druischt de wereld).

De eerste: (getroffen door het geluid). I Hoort!

I De tweede:

[Wat verneemt ge? I De derde: (door een zuilenpoort gezien hebbende).

Niets kan geschieden! Nog wordt de Tempel goed omwaakt van vele krijgers, al wast gestaag de volkerenschare

De eerste:

Niet dat, mijn broeders

■liet naar maar int gebeuren hoort mijn oor!

Er dringt uit klank een rede tot mij door

Aanzeggend dit: Aan d'einderlooze zee des Zijns

Die barend rolt in eeuwge golvendeining,

Geeft elke tempel den staatgen wederzang;

De zeeschelp aardend die in een horenwinding

Den schal der zilte baren houdt in echo-vang. [ Deez' kalken koepel is ook een brooze schaal

Verluidend in een staag en vaag en droef verhaal

't Gerucht der aarde, den klank vant zeegebruis.

Hoort toe — ziet toe: het zout der eeuwigheid

Sluiten