Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van waarde zoeken, dat van zijn grootmoeder ontroofd was geworden, dat sedert in vreemde handen is geraakt, en dat —■ misschien —■ langs een uiterst moeielike en gevaarvolle weg, terug te bekomen is. Maar zijn wil is zo sterk, en zijn moed zo vast, dat duizend vijanden, worstelingen en gevaren hem niets zullen zijn. Men wil een proef ? Dadelik, en vermetel, werpt hem de fantasie zijn eigen vader in de weg: koning Ydor weigert zijn zoon, zich aan zulke gevaren te wagen. Toch, ondanks zijn vader, de koningszoon gaat. Verbaas u niet, dat de pieuse zoon tevens de ongehoorzame zoon is; de vaderlike dwang is een krachtmeter, en tevens de hefboom voor een verontwaardigd-stoute peroratie. Evenmin, maak u ongerust; de zoon wordt niet gevloekt; als hij terugkomt, is de vader even blij als de moeder; van wrevel aan de ene kant, of wroeging aan de andere, is geen spoor 1). De Middeleeuwers, casuïties geoefend, werpen hoge troeven; een macht van bezwaren moeten 't gewicht van de zaak uitwijzen. Maar is nu de beweegkracht sterk genoeg voor 't vernietigen van al die onspoed ? Men zie het forse begin, en lette op 't overige. Buiten zijn verlossingswerk om, stelt het avontuur telkens zijn edele eigenschappen op de proef ; pas uitgetrokken, verslaat hij zeven ridders die een jonkvrouw belagen2) ; slechts twee ontvluchten ; op dezelfde » dag verlost hij twaalf ridders van 't kasteel Fellon3). Aan de verwonnen tegenstanders geeft hij grootmoedig hun paarden terug ; hun roofzuchtige aard dwingt hij tot het aannemen van zachtere zeden. Zó dapper is hij ; zó edelmoedig en zó braaf. Telkens komen zijn heldendaden zijn lof en zijn roem versterken ; door 't hele verhaal heen slingeren heldenkracht en karakteradel guirlandes van erepalmen om de slapen van de koninklike vagant.

De zaak, waarom het gaat, is deze4).

Briant, koning op het rode eiland, gaat op de jacht, en, afgedwaald van zijn stoet, ziet hij in een boom een schone jonkvrouw zitten, gekroond met een kostbare diadeem. Daar was Mariole, — zo heette de jonkvrouw, —■ door haar

») VS. 3745—3759. ♦) vs. 1—272.

>) vs. 282—294. ') vs. 319—373.

Sluiten