Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artur-roman. Maar ook in een ander opzicht bevat het verhaal bestanddelen, die wel aan kerkelijke sagen herinneren, maar die in de vorrq^waaronder ze zich aan ons doen kennen, hun on-Christeïike herkomst verraden. De gewijde litteratuur gewaagt van godvruchtige monniken, die grote geloofswerken tot stand brengen onder de onzichtbare leiding van heiligen of van de Moedermaagd ; in de Germaanen en Keltiese godenleer zijn het de goede geesten en gedienstige elfen, die de stervelingen in hun hopen en streven bemoedigen ; totdat het Christendom de heidense geestenwereld als gedrochten en demonen verjaagt naar verre eilanden of in verborgen holen, om er de rijken des doods te laten bevolken, of uit hun schuilplaatsen de weerloze mannen en vrouwen te doen belagen. Van vóór die omschepping van heidense goede machten en dienaren der boosheid, dagtekent allerwaarschijnlikst, zoals het daar voor ons ligt, een nader aan te duiden fragment uit de Torec : wel is waar, gelijkaardig aan een van de vele verhalen omtrent verre reizen naar onbekende streken zoals wij ze in de Brandaen-verhalen van 't Westen en in de Alexander-verhalen uit 't Oosten terugvinden, maar dan toch in zijn geest meer dan deze heidens getint, omdat er de gewijde kleur ten enemale in ontbreekt. Want hij die 't scheepje bestuurt, is geen Christus; noch varen er heiligen mee; zij die toeven op de oever van 't verbezeilde eiland, zijn geen Elias of Henoch, of andere uitverkoren mannen; maar toch zijn er in 't verhaal elementen aanwezig, die het vermoeden wettigen, dat wij hier te doen hebben met een oorspronkelike Paradijsvaart van Britse oorsprong, verbonden met bestanddelen die herinneren aan de zevenslapers-legenden. Waarschijnlik is, zoals meermalen geschiedde, door een klankverwantschap van eigennamen, of wel door enige andere psychologiese oorzaak1), een oude keltiese mythe in verband gebracht met de ridderwereld in de Artur-romans. De omstandigheid, dat Torec's tocht over onbekende wateren, hem door een edel ridder wordt ontraden, omdat het waagstuk velen tot een ongeluk is

') Over dergelijke litteratuur-prosessen: H. Z immer. Keltische Beitrage II (Zeitschr. f. Ds. Alt. u. Litt. XXXIII).

Sluiten