Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prijs de gekroonde Miraude toezegt, en hem inwijdt in de geheimen van de kostbare stenen, die het begeerde sieraad in zich besluitl). Maar- 't is toch vooral wel zijn heerschappij over het tover-eiland, wat aan de alvermogende beschermer diens bovennatuurlik karakter verleent ; en de veronderstelling schijnt niet gewaagd, dat de fantasie juist terwille van de overzeese periode, de geheimzinnige figuur ook in het overige deel van 't verhaal heeft ingeweven, door hem onder de gesten van de dolende Torec als een even romantiese als profetiese grootheid, strijdvoerend en orakelend, te laten optreden. Hij blijft ook in zo verre aan de geest van de roman getrouw, dat ook bij hem de dapperheid een krachtmeter is. Waar hij komt, trekt hij zijn zwaard.

Op zekeren morgen, zegt het verhaal2), maakte Torec zich op, en reed op zijn trouw strijdros Moreel heel den dag door, zonder ergens een menselik verblijf te ontdekken. Dien avond kwam hij aan een schoon en sterk kasteel, waarin Y o r a s woonde, die een zeer braaf en edel man was. Torec werd er goed ontvangen, en de gastheer, die blijkbaar met hem ingenomen was, nodigde hem ui\, drie dagen op zijn slot te willen blijven. „Zo ge heengaat," voegt hij er bij, „ontgaat u iets wonderliks. Over drie dagen „komt hier een scheepje, „schip van aventuren," geheten ; „het komt éénmaal 's jaars, niet meer. 't Is sneeuwwit. Wie „het betreedt en wegvaart, komt nimmer terug. Al menigeen „kostte zijn roekeloosheid het leven." Torec, die in andere gevallen zich nooit de tijd van wachten gunt, en steeds verder moet, wordt in die mate benieuwd, dat hij zich voorneemt, ditmaal tot den derden dag te blijven. En waarlik, het wonderscheepje komt. Torec gordt zijn wapenen om, neemt, ondanks de vernieuwde vermaningen van zijn gastheer, afscheid, èn betreedt het vaartuig om op avontuur te gaan. Eenmaal ingestapt, schiet het bootje voort als een pijl uit de boog. Niemand was met hem ; geen stuurman richtte de koers. Tegen de avond lag het gemeerd aan een met groen bewassen oever. Torec steeg uit, en zag voor zijn oogen een wonderfraaie burcht, zó schoon, als niemand

') vs. 3155—3198. s) vs. 2246—2389; 2612—2639.

Sluiten