Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuig, gemakkelik overmand wordt. Zijn aanvallers voeren hem naar de bekende viersprong, stellen daar een rad op, en bestemmen dit voor de held, om hem er een smadelike dood te doen sterven.

Terwijl het rad wordt ineengeslagen, komt de Moriaan op de viersprong terug. Zijn tocht was, zoals wij weten, vergeefs geweest: de veerlieden hadden geweigerd hem op te nemen. Nu kwam hij, na een terugtocht door een woeste streek, hongerig en verdrietig, met hersens die hem pijn baarden wegens zijn bekommering, op de plek aan, waar Walewein zijn einde afwachtte1). De ongelukkige ridder herkende dadelik de Moriaan, en riep klagend diens ontferming in. Maar ook op hetzelfde ogenblik werd de Zwarte Ridder door de toeschietende vijanden omringd. De jonge man, geheel alleen, en van alle hulp verstoken, trekt zijn zwaard en toont zijn fiere afkomst. Nooit werd, in gedicht of lied, zegt het verhaal in epiese verheffing2), ooit gewag gemaakt van zulke slagen, als welke de Morenridder aan zijn belagers toediende. Alles wat hij trof, ging door midden. Geen "wapen hielp er tegen. De wonden die hij sloeg, zouden nooit genezen. Een houw van hem, toegebracht op het hoofd, kloofde het hoofd met helm en kap, tot de tanden toe. En werd hij vermoeid, één blik op de geknevelde Walewein, die in doodsnood het einde afwachtte, was voldoende om zijn moed en krachten weer te verlevendigen ; de bespringers zelf, echter, die hoe langer hoe verder terug moesten wijken, dachten niet eens meer om de gevangen Walewein. Bij tweeën of drieën tegelijk beten ze in 'tzand, nu eens onder, dan weer naast hun rossen. Gedurig kwam er al meer ruimte om hem en om Walewein. De vijanden stonden perplex ; hoe ze zich ook weerden, geen steek of houw, van hunne zijde toegebracht, mocht baten, 't leek wel, of ze met de baarlike duivel zelve te doen hadden. Zo vocht ook, — weidt de dichter uit, —Percheval zelf; ook deze sprak geen woord, maar hieuw eveneens onverpoosd door, speren en zwaarden versplinterende, zonder dat ze hem deerden. En evenmin kreeg de Moriaan enig letsel.

') vs. 2355—2475. *) vs. 2489—2595.

Sluiten