Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de nieuwe held plaatst, het enige en bevredigend slot mogen zijn. Voor het verdere verhaal blijft nu de vraag, op welke manier dit toernooi een psychologiese noodzakelikheid moet worden, ook al wordt desnoods de loop van 't hoofdverhaal, — dat ons leert hoe Ferguut door alle moeielikheden heen Galiene terugvindt, — tijdelik gestremd of afgeleid. Men voelt het, er komt een kronkeling in de lijn. Het stuk verspringt. De franse bewerker heeft er dit op gevonden: aan 't hof van koning Artur zoekt men altijd nog tevergeefs naar Ferguut ; eindelik beproeft men een onfeilbaar middel om hem te voorschijn te roepen ; een groot toernooi wordt afgekondigd; en zie, ook Ferguut verschijnt ; hij overwint, en nu vraagt Galiene, -— die mede de hand in de list heeft gehad, in de hoop in de verlorene tevens de Witte Ridder terug te vinden, — van koning Artur, om de moedige kampioen haar als echtgenoot te willen afstaan1). Anders doet de Nederlandse bewerker2). Hij laat in Galiene haar hartstocht, in spijt van alle te voren uitgesproken beweringen, dat dit tot de onmogelikheden zou behoren, — voor de verloren ridder verkoelen, opdat zij des r» te gevoegeliker van koning Artur het verzoek kan richten, haar een harer waardige echtgenoot tot steun te kunnen verlenen. De koning, die gaarne haar de waardigste zou willen afstaan, houdt een toernooi ; aan de overwinnaar mag Galiene haar hand schenken. In 't kort, in de Franse • bewerking moet het ridderspel dienen om de verloren ! Ferguut op f;e roepen, met de vereniging van de beide, elkander trouw gebleven geliefden tot gevolg ; in de Nederlandse bewerking strekt het wapenfeest enkel om Galiene uit te huwen, en wordt Ferguut — alleen wegens zijn dapperheid, — de gemaal van Galiene. Op deze wijze wordt echter het verband met het voorafgaande verhaal te los. Vermoedelik heeft de Nederlander reeds in het Franse gedicht het afbreken van het hoofdverhaal te ongemotiveerd gevonden, en heeft de afdwaling er van naar 't koninklik hof niet anders menen te mogen rechtvaardigen dan met een verslapping van de liefdesbetrekking tussen Ferguut en Galiene;

1) Zie de analyse in de Inleiding, X—XXI J) Vgl. XXI—XXVIII.

Sluiten