Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rend nieuw materiaal. Fors uit zich de krachtige rasgeest in een heldhaftige worsteling langs de grenzen der Europese wereld, van de Bosporus af tot aan Asturië, en de faam draagt uit het Zuiden en het Oosten de roem der eerste kampioenen over in de liederen van het Westen. Maar vooral is het de religieuse geest der Christenwereld, die in spanning medestrijdt, en hoopt op de eindelike algemeene kerstening der volken. Diezelfde geest is het, welke de „Christenridders" loont, die roemt op een Konstantijn, een Charlemagne kroont, een Bouillon vereert, en een Lodewijk IX heiligt. Op deze wijze vlechten geloofstrouw en heldenmoed de kransen samen waarmede de volkgeest de slapen van koningen en keizers siert; en deze als veroveraars en als bestrijders van het ongeloof de helden worden inde fantazieën der volken. Boven allen steekt uit Karei de Grote ; en ten slotte drijft heel de epiese litteratuur uit de Merovingiese en de Karolingiese eeuwen op zijn naam. Terwijl nu aan de ene kant de Frankiese sagencyclus door de schittering van de Roomskeizerlike heerlikheid van Karei, een Christelikmilitante tint zou aannemen, werkte het kristallisatieproces van de nationaal-Frankiese overleveringen om 's Keizers naam als kern, op zijn beurt weer verheffend op de persoon van Charlemagne zelf. De keizer wordt er een heros door. Zijn daden krijgen ongewoon epiese proporties ; zelfs zijn gestalte en zijn physiek worden in 't vergrotingsproces getrokken 1 Hij wordt de „Walewein" van 't Germaanse volksgeloof. Onze nuchtere Middeleeuwse Maerlant beseft instinktmatig, dat verhalen als De Vier Heemskinderen enVandenbereWiselau fabelen moeten zijn : altans hij verklaart er niet aan te willen geloven*) ; dezelfde Maerlant kan zich, niet losmaken van het fantastiese beeld van Keizer Karei, wiens forse lijnen ons de bewondering van 't Westen voor de kampvechter van de verdrukte kerk vertolken3) Niet alleen roemen de Middeleeuwse schrijvers zijn reuzenkracht in sprekende biezonderheden, zij laten hem ook trekken naar het Heilige Graf,

») Sp. Hist. IV. 1:29. Ook Boendale in zijn Lekenspiegel: III. 17:139.

!) Sp. Hist. t% 1:1,2,4—10.

Sluiten