Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„recht en van trouw ... I Doch, —spaar mijn schuldloos lijf, „zo ik leefde naar plicht en geweten I Straf der dienstbaren „trots, die als verraders tegen me staan 1 En zo al uw Raad „besloot, de draad van mijn leven te breken, — géén „hunner geworde de macht over 't lijf, dat enkel de koning „behoort 1" M a

Genoeg. Op 't punt staande om het zwaard te grijpen tot een zelfmoord, zodat de ontstelde dienaar vluchtend de wijk neemt, zien de samengezworenlzich tans de kans gegeven, de legertent des konings binnen te dringen, de gemakkelik overmande vorst te boeien, en hem mede te slepen in een overhaaste vlucht. Een wilde jacht begint. Alexander, wiens hoogheid niet kan dulden, dat hij een onttroonde koning zou moeten overwinnen, noch aan Bessus de eer van een geregelde oorlog kan aandoen, wil Darius ontzetten, al is 't ook aan 't einde der wereld2). Doch tevergeefs ; ook aan Darius wordt zijn eigen fierheid noodlottig. Liever wil hij sterven, dan als de gevangene van zijn trouweloze dienaren, tot een snellere vlucht, een ander paard bestijgen. „Zit op, „de Grieken komen!" luidt hun gebod3). „Nooit," weigert de koning, „zij komen juist om de dood te wreken, die ik, „als de laatste gift van 't Noodlot uit uw handen ontvang!" *)

En om dit deerniswaardig konings-lot, slingeren zich als rouwfestoenen van doodsklok-tonen, de sombere klachten des dichters, en dreunen zijn vervloekingen de moordenaars na op hun tocht door Baktrie's woestijn.

Natuurlik, ook Bessus en Narbesines worden gestraft. Hoe kan het ook anders ! De historie i s er voor, het onrecht te laten boeten : God kan niet anders dan strikt rechtvaardig zijn. Maar dat alles, en meer nog, is bijzaak. Hoofdzaak is : de macht, hoe groter hoe liever, op aarde moet vallen, tot lering der Christelik-gezinde mensheid. Jezus' kribbe stond in een veestal. En God roept, als zijn vonnis-volvoerders, telkens weer nieüwe helden op en geeft in hun handen de macht, en de wil, en de middelen, om hém te verslaan, die de Godswil ten val heeft gedoemd.

i) VII, vs. 45—127. 2) VII, vs. 236—253.

s) VII, vs. 369—373. ») VII, vs. 377—392.

Sluiten