Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichtbaar voor fijne en nobele mensewezens. Voor 't oog der grove en slechte mensen bleef die stof verborgen, i £en d,e, be<irieger bewegingen maakte , alsof hij dat Kostbare laken voor de koning en zijn gevolg over de tafel uitspreidde, zag niemand, iets ; dat spreekt vanzelf ; want er was niets. Maar allemaal hielden ze zich goed en sloegen van bewondering de handen ineen: dat spreekt ook vanzelf.

De koning keek eventjes schuin de anderen aan, maar tot zelfs de kamerdienaren speelden zoo goed komedie dat hij zich wel voor de enige slechte en grove mens moest houden m zijn paleis.

Dat kon die arme koning toch niet bekennen. Hij bestelde dus van die heerlike stof een gewaad. Och, wat stond hem dat prachtig! zei iedereen. Maar men zag niets dan zijn onderkleren. Ondertussen poetste de bedrieger de plaat met de koninklike beloning.

De volgende dag was er 'n optocht, waarbij de koning zijn nieuwe staatsiekleding weer droeg, bewonderd door heel het veinzend publiek. Toen kwam er 'n kind dat luid neP „Hé, kijk 'ns ! de koning loopt in z'n hemd !"

Wat er toen verder gebeurde, weet ik niet goed. 't Kind zal zeker wel slaag gehad hebben. Sommige eerlike mensen, die zichzelf wat wijs gemaakt hadden, zullen mekaar beschaamd hebben aangekeken, blozend over hun onnozelheid. De schelmen gaven mekaar''n knipoogje, denk ik. En de wijzen ook. Maar het slot zal toch wel zijn geweest, dat de koning naar huis ging om zich behoorlik te kleden.

Het groot publiek kan zich zo lelik vergissen. Het noemde eenmaal Cats, Feith en Tollens grote dichters. En wij glimlachen daarom. Dus : ge behoeft niet te gelóven in t oordeel van 't groot publiek. Als iedereen 'n vers mooi noemt, moogt ge gerust zeggen dat gij er niets aan vindt. Alleen, zeg 't op bescheiden toon, en geloof dat 't kan liggen aan uw jeugd, uw opvoeding, uw gebrek aan letterkundige aanleg, uw ver van de dichter afwijkende persoonlikheid of aan 't karakter van zijn tijdvak.

Sluiten