Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ander figuur van 'n ruiter : 'n kleine zwarte smidsjongen met klompen aan, op 'n dik, zwaar karrepaard ; hij moet 't dier dat beslagen is, thuis brengen. Je denkt bij je zelf : hoe komt die kleine jongen in godsnaam boven op dat grote beest! Maar nu slaat hij erop, 't logge gevaarte begint te draven en 't zwarte jochie wipt zich telkens fier op met z'n bengelende klompen. En alle voorbijgangers staan te lachen om die komieke verschijning.

Dit is nu de hoogdravendheid naar ons begrip. Zo zit de kleine poëet op z'n ongevleugelde Pegasus, groot te doen.

Maar in de literaire wereld lacht het publiek niet zo gauw ; er is meer fijnheid van begrip en gevoel nodig om daar de dwaasheid te erkennen.

'n Heel geslacht van mensen liet zich meer dan eens bedotten en luisterde met bewondering naar die turksetrom-muziek waarop bijv. Van der Goes in de 17e eeuw, en Schaepman in de 19e, ze vaak vergastten.

Ja, de wereld wil bedrogen zijn. Grootdoenerij is 'n ingeboren menselike kwaal.

De eerste zegt van dravende paarden voor 'n arreslee op 't ijs : ,,Zij snuiven vier en rook ten neuze uit." Vlammen uit d'r neusgaten ! 't Is kras. Maar hij woU Vondel nadoen. En Schaepman riep, toen hij de vergankelikheid wou karakterizeren :

Daar vaart langs heel de wereld

Een woeste doodsorkaan, De scheppingen der menschen ÊéïSmv

Verrijzen en vergaan.

Ja, kijk maar 'ns om je heen op straat: hier zie je ineens 'n reusachtige kerk ineenstorten, daar vallen tien huizen in mekaar ; opzij ! daar storten twintig bomen tegelijk omver, en o jé, daar vallen honderd mensen zo maar ineens morsdood op de vloer.

Zo gaat de vergankelikheid door de wereld, niewaar ? als 'n woeste doodsorkaan.

Och, wat is zulke komedie toch lelik, en hoe mooi is de simpele oprechtheid,, die niets wil schijnen dan wat ze is, die niet wil uiten wat er niet in zit, die vanbuiten

Sluiten