Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De jonge dominee, pas van de Akademie, vindt dat er vele dingen verbeterd moesten worden in het kerkelik leven op zijn dorp ; maar hij haast zich niet; hij begint met zich te schikken. ,,Ik zou de begrafenis bij ons, protestanten, in vele opzigten anders wenschen," zegt hij b.v., „maar voeg mij naar de bestaande gebruiken." En dat is wel echt burgerlik, want tegen niemand is de bourgeoisie feller dan tegen hem, die oude dingen wil afschaffen en nieuwe invoeren. Ze vreest dat al het goede, wat er bestaat, verloren zal gaan, indien men ook maar het minste verandert aan de oude gebruiken en instellingen. Als bij instinkt voelt Cornelis Eliza, dat het zo is. Hij verontschuldigt zich, als hij op de onvolmaaktheid wijst in de opleiding der godsdienstleraars, met de vergoelikende woorden : „maar gebreken moeten opgemerkt en aangewezen worden, om op verbetering te kunnen hopen."

Die nuchterheid komt aan een predikant vaak te pas ; want de godsdienst brengt de mensen dikwels tot mooie woorden en mooie gebaren, waar ze niets van menen. „De menschen zijn immers menschen, evenzeer in heilige, als in aardsche dingen," zegt hij. Deze leraar laat zich echter niet bedotten. Hij weet wel, dat twee vijanden zich vaak verzoenen met elkaar, omdat ze mekaar niet kunnen missen, terwijl toch ele wrok in hun hart blijft gloeien ; hij weet wel, dat die strenge vroomheid vaak niets dan hoogmoed is ; en als een zondaar op zijn sterfbed ligt te kreunen bij het besef zijner zonden, dan begrijpt hij wel dat er niet altijd een geestelike oorzaak achter zit ; ja, zegt hij, dat gaat zo met „alle zwakke, zinnelijk-hartstochtelijke menschen, vooral als hunne zenuwen door den drank nog prikkelbaarder zijn geworden."

Soms brengt hem die nuchterheid tot op de grens van het cyniese, waar hij bijvoorbeeld opmerkt dat het wel aardig is om oude, getrouwe bedienden te hebben, maar dat men daarentegen heel veel geduld moet gebruiken met ze ; of nog meer, waar hij zegt, dat er bij een wellustige vrouw de meeste kans op bekering bestaat, als haar bloeitijd voorbij is.

Die nuchterheid verklaart ook zijn wantrouwende omzichtigheid. Goede, hartelike mensen ontvangen hem vrien-

Sluiten