Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen hij twee jaren later voor rekening der diakonie begraven werd, zeide zijne vrouw bij zich zelve : „Het doet mij toch goed, dat ik Jacob heb laten te leeren gaan : want het zijn dan al heele gemeene kisten van de algemeene armen ; en zie nu eens, wat een nette bruine kist."

Hoort ge de stem van Hildebrand ?

Bij zijn huisbezoek komt hij ergens, waar enige dikke sneden koek en de koffiekan hem wachten. Zodra de gewone aanspraak was geëindigd, „scheen ieder wel tevreden, dat de Goede God nu het zijne had gehad," en verder was het een gewoon bezoek en gunden zij zich. het hunne.

Op een andere keer komt hij bij een vrouwtje, wier zoon Ary niet was aangenomen. En hij kent toch altijd zijn vragen zo goed, beweert ze ; waarop dominee haar „met kracht van redenen en bijbelsche voorbeelden (wil aantonen,) dat de belijdenis een zaak van de overtuiging en van het hart is, en niet van 't geheugen. Toen zag de goede vrouw met gevouwen handen vóór zich, en zat even eerbiedig, en verstond even weinig, als des Zondags in de kerk."

Later is hij op een begrafenismaal, waar men eet en rookt en drinkt. Dominee wil wat ernst en verheffing in de gesprekken brengen en begint over „den hoogen en heiligen troost, dien het evangelie aanbiedt. Ieder zette zich schrap, en de vrouwen vouwden de handen, als in de kerk, maar niemand antwoordde."

De Leraar ergert zich over dat komieke vouwen van de handen, waarmee de mensen zeggen willen: „Nu ja, dominee, nu zijt gij in uw ambt ; ga uw gang ; wij zullen wachten tot gij klaar zijt." Dat gaat net zo onderwérpen als het opsteken van de paraplu, wanneer 't begint te regenen. Meester Maarten Vroeg zei in zo'n stemming, toen hij 't had over de Aprilswispelturigheid van 't humeur zijner vrouw en van 't Hollandse weer : „Ik ben het met mijzelven eens geworden, mij zoo gelaten nat te laten regenen als een perenboom, al hopende, dat de zon met den tijd door zal breken." 0©k een Hollander, die Maarten.

Van Koetsveld ergert zich over zulke dingen, voor z'n fatsoen, maar als hij ze vertelt, is er nog meer plezier dan ergernis bij. Dat is zijn Hollandse leukheid.

Sluiten