Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dat allerlei vreemde geuren uitwasemde, hem ook bevangen had."

En zo vindt men velerlei oude dingen in het boek, die op veranderde tijden wijzen. Het Holland dier dagen lijkt ons zeurig en zwaar op de hand, presies in overeenstemming met,, de verhandelingen en bijdragen, waaraan men zich de maag had overladen" en waarvan Meester Maarten Vroeg er omtrent honderd in 't jaar moest slikken als lid van een departement tot Nut van 't Algemeen.

Ik geloof echter, dat menig Hollands dorp nog presies lijkt op Mastland, al „rammelt" men er niet meer „aan de klink" om binnengelaten te worden bij de dokter, al spreken de vrouwen er niet meer van haar reticuul, al loopt dominee er niet meer in „korte broek" en met een „steek op," 1) en al zegt hij niet meer : „Collega, gij zoudt eens kunnen rooken," of wel : „Hoe vaart gij, collega ! en hoe vaart mejuffrouw uwe beminde ?"

De ziel van een volk verandert niet zo gauw als de kleren en de andere uiterlikheden. Daarom zijn wij Van Koetsvelds boek ook zo trouw gebleven ; wij vonden onze eigen ziel daarin getekend, en dat is plezierig. „Ieder schepsel, dat de Heere God gemaakt heeft, ziet gaarne zijns gelijken." Dat geldt ook van de lezers, die zichzelf terugvinden in de schrijver.

') Van Koetsveld zelf schijnt wel een steek gedragen te hebben, maar geen korte broek. Hij spreekt in een herinnering uit zijn jeugd van een stadsdominee, die een korte broek droeg; en zijn eigen zoontje speelt in de tuin met vaders steek.

Sluiten