Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De schrijver was een literair soort van medicus. Hij schreef een lierzang bij de Verlossing des Lands in 1813, een lierzang bij de Verheffing des Lands in 1815 ; en een lofzang op de Mensenliefde in 1818. En deze zangerigheid belette hem niet om hoogleraar te wezen, eerst in de kruid- en scheikunde te Harderwijk, en later in de geneeskunde te Utrecht. Maar zijn hoofdwerk is gebleven : Meester Maarten Vroeg, het beeld van een dorpsdokter dier dagen, dat ik nu wil reconstrueren. Ik heb daarvoor het boekje van Jacob Vosmaer op de rooster gegooid, en achtergehouden alle fragmenten en fragmentjes, die samen de figuur vormen van de oude Chirurgijn. Die ga ik samenvoegen en rangschikken op mijn manier, doende als iemand die een steenen beeld herschept, dat in honderd stukken uit elkaar is gevallen. Ik zal er naar streven om niets te verwaarlozen ; heel veel geef ik presies in dezelfde vorm terug, maar wat mij te uitvoerig en van minder historiese waarde lijkt, zal ik op keinere schaal overnemen.

3. De Barbier-Chirurgijn.

Maarten was de zoon van een Amsterdamse schareslijper, een eerzaam, fatsoenlik burger, niet te vergelijken met de blèrende zwervers die nu nog in onze kleine steden hun scha-re-slie-ie-p laten horen. Toch woonde hij maar in een nauw steegje, in een klein huisje, en trok hij ook langs de straten met een schareslijpers-kruiwagen met een verschrikkelik groot wiel.

Hij had zijn zoontje al heel jong naar een kostschool gestuurd, op een dorp, bij een meester die dronk en aan

den Branden worden opgegeven de jaren 1783 en 1824, en Van Vloten in zijn Nederlandsen Dicht en Ondicht uit de Negentiende Eeuw vermeldt de jaren 1783 en 1834. Deze zegt evenwel, dat de auteur op veertigjarige leeftijd stierf; er is dus een drukfout. Het sterfjaar moet zijn 1824. Ik heb trouwens voor mij liggen de tweede druk van de Nagelaten en Verspreide Letter-Arbeid, waarin ook het Voorberigt van de eerste druk is opgenomen, gedateerd: 31 Aug. 1826. Van het geboortejaar ben ik minder zeker, want Ten Brink in zijn geïllustreerde Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde vermeldt weer de jaren 1780—1824. Wie een beetje in literaire jaartallen heeft gewerkt, zal niet verwonderd zijn over dit staaltje van slordigheid in onze handboeken.

Sluiten