Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in die tijd al vrij wat benen verbinden. Het kostte de jonge man veel hoofdbrekens en nachtbrakensom het onderscheid te vatten tussen een ader en een slagader, een pees en een zenuw ; om te onthouden, waar de longen en de lever zitten, en vooral, dat de mens, behalve zijn ziel en lichaam, nog een levensbeginsel heeft, waardoor hij leven kan, zonder een ziel nodig te hebben. Ook was het niet gemakkelik de beentjes van de achterhand goed te onderscheiden. Hij meende vaak, dat hij ze zeer wel uit elkander kende, maar was toch altijd met de zaak verlegen, als zijn meester er hem een voor de neus legde. Hij gevoelde zich dus zeer gelukkig, toen hij al die wetenschap zijn eigendom kon noemen, en de Meester hem zei, dat hij volleerd was in al de delen van 's mensen lichaam en in het levensbeginsel.

Twee dagen later gebeurde er iets dat van grote invloed was op heel zijn volgend leven. Hij verbond het been van een voornaam Heer, toen de kamenier binnenkwam. In zijn jeugd had een kamenier reeds met welgevallen naar hém gekeken, maar nu was het welgevallen aan zijn kant: neen, sterker ; hij was ontsteld door het zien van de lieve Antoinette. In plaats van unguent, simpl.. , deed hij spaansevheg-zalf op het wiekje, dat hij in zijn hand had, en zwachtelde zo stijf, dat hij na een uur werd geroepen om het verband los te makert. 's Avonds kwam hij terug

uit belangstelling in de patiënt en de kamenier, maar

vond het been zo rood als een kreeft. Gelukkig vernam hij, dat de patiënt iets van een ragout gegeten had : hij beweerde nu, dat ragout rozig is, en redde zich zo uit de brand.

Sedert ontmoette hij dat meisje vaak ; zij rolde de windsels voor hem op en werd steeds vriendeliker. Zijn schuchterheid voor de geliefde met haar zwierige opschik verdween, en hij verlangde maar dat het been niet genezen mocht. En, wie zou het geloven ? het been wilde niet genezen.

De patiënt was Heer van een dorp, waar de Chirurgijn oud was en hulp zocht. De Heer had het oog opMaar ten geslagen en gaf hem de toezegging der chirurgijnsplaats als de oude man zijn hoofd eens neerleide. „Bovendien," zei hij, „heb ik wel gemerkt, wat er tussen u en Toontje

Sluiten