Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM ROYAARDS MET VONDELS GEBOORTEKLOCK

te Breda, de 8e Maart 1902.

En Royaards is ook in Breda geweest. Met Vondel ? Nou, da's te zeggen. Niet helemaal met Vondel, 't Was wel vaak Royaards alleen.

Vondel was 'n vurige, weelderige Man. 'n Zuivere, opbruisende Man. Statig en waardig ook, zeker, als Renaissance-dichter, maar vooral 'n Mens, veel-bewogen, diep-bewogen, teer-bewogen. 'n Man vol innigheid.

Vondel had ,,iets onder z'n vestje", zoals Louis Bouwmeester 't heel huiselik van zichzelf zei. Dat was : 'n naïeve, sterke menseziel.

Dat zuiver-menselike zit in het Geboortevers, gedost in een kleedij van Renaissance-tooi. Om de waarachtige Vondel te vinden in dat gedicht, moet men de klassieke draperieën oplichten.

En Willem Royaards was 'n fijne Meneer, in zijn keurige, zwarte rok en zijn keurig, smetteloos overhemd. Ik had hem daar liever zien staan in 'n geplooide mantel, van burgerlik-zwart, met 'n grote flambard op 't hoofd, meer op z'n Vondels.

Hij deed evenwel zoals de mode dat wil van een declamator.

Willem Royaards had echter ook de stem van 'n fijne meneer, 'n bestudeerde stem, gevormd door een met kunst bestuurde onderkaak, met kunst bewogen lippen, met kunst gekrulde tong. Daar sprak een knappe vakman, die het spreken heeft bestudeerd, zoals een violist het strijken.

Sluiten