Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voelen, maar slecht per-se, dat niet. Integendeel, 't kan zelfs iets godsdienstigs hebben, zich te bedrinken. Is de wijn niet een goede gave? Moeten wij Bacchus niet tonen dat we die op prijs stellen ?

'n Griek en 'n Christen kunnen mekaar niet begrijpen.

Er was 'ns 'n pater-zendeling die aan 'n wilde volksstam stond uit te leggen dat 't zo slecht is om mensen op te eten. Ze luisterden belangstellend, maar keken 'm verbaasd aan. En toen zei een der mannen : „Maar u vergist u ; wij verzekeren u dat 't heel goed is." Hoe kon zo'n vreemde blanke man toch ook beweren dat mensevlees niet lekker is.

Als men zo verschilt in de begrippen van goed en kwaad, redeneer dan maar toe.

De Christen heeft de blik op God; hij staart vragend naar omhoog : „Wat moet ik doen om te leven in harmonie met uw Heilige Wil ?"

En de Griek kijkt naar zichzelf : „Wat moet ik doen om lichamelik en geestelik gelukkig te zijn ?" Hij is geen stoffeling alleen. Hij is niet tevreden met fiziek welbehagen ; neen, hij wil ook gemoedsrust, zelfvoldaanheid, enfin : een goed geweten. En 't gebeurt herhaaldelik dat Christen en Griek of Romein, schijnbaar 't zelfde antwoord geven op de vraag : „Wat is goed ? Wat is kwaad ?" Daardoor begrijpen we ook hoe de legende kon ontstaan dat Seneca 'n Christen was en 'n vriend van de Apostel Paulus. Lieve hemel ! Seneca die de zelfmoord verdedigt! Je hoeft niet ongelukkiger te zijn dan je zelf wilt, zegt-ie. Kun je 't of wil je 't niet dragen, je ongeluk, wordt niet oproerig, maak je met toornig, maar ga er kalm uit : daar is 'n afgrond, hier 'n rivier, ginds 'n lage kromme boom ; verpletter je, verdrink je, hang je op ; je hals, je keel, je hart, allemaal wegen om aan 't ongeluk te ontkomen. (3de Boek over De Toorn, no 15.)

' Dat is menselik gesproken. Wie niet verder kijkt dan z'n eigen persoon en z'n onmiddellike omgeving, wie 'n mens daar ziet lopen als 'n los wezen-op-zichzelf met de rede als hoogste macht, kan hier niet veel tegen inbrengen. Maar wie zichzelf verbonden weet door 'n lange lijn met de Oorzaak-aller-Oorzaken ; wiens blik bij al z'n daden vliegt langs die lijn tot in de Oneindigheid waar God zetelt ;

Sluiten