Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wie leeft als in 'n atmosfeer van de Godheid, dóór Wie hij bestaat, óm Wie hij bestaat ; wie zich als 'n allernietigst deelke van God voelt, en wiens enig streven is in dit leven om te zijn en te blijven in God ; die durft niet de hand slaan aan zichzelf ; zijn leven is Gods leven ; 't was Gods gave en Gods werk ; God zelf neme het terug en vernietige het; maar de Christen zal erafblijven; al zou hij met Job moeten roepen : „Zo geregeld als mijn brood komt mijn zuchten, mijne smartkreten storten zich als water uit" (III. 24.), „mijn geest is verwoest, mijne dagen zijn uitgeblust, mij rest slechts het graf" (XVII. 1.), toch zal hij dat graf zelf niet delven, maar wachten tot God het doet, ondertussen zuchtend in gelatenheid : „Gods naam zij geloofd ; het goede nemen wij aan van Hem ; waarom dan ook het kwade niet; gelukkig de man dien God kastijdt; ik versmaad dus de tucht des Machtigen niet; Hij toch kwetst, maar verbindt ook ; Hij wondt, maar Zijne handen helen." (Job I. 21. II. 10 V. 17. 18.)

Zo is de Christen. En de Griek staat te luisteren bij deze woorden met open mond en grote ogen, als die wilde menseneter, en zegt: „Maar ik verzeker u,. . . dat. . e. . dat lijden niet goed is."

Ja, ja. En de Renaissance bestaat nu daarin dat dat Griekendom en dat Christendom vermengd worden tot één geheel. Kan dat ? Neen. En 't is toch gebeurd. Neen, 't is niet gebeurd. Vermengen wel. Maar tot één geheel ? Dat kon niet. 't Was olie en water die men vermengde. Ze zijn in één glas, maar scherp afgescheiden. En waar olie is, daar is geen water; en waar Griekendom is, daar is geen Christendom.

Na de vorming van dit algemene begrip der Renaissance blijft ons nog de taak om aan te wijzen hoe alle uitingen van 't geestelik leven daardoor veranderden : de bouwkunst, de schilder- en beeldhouwkunst; wetenschap, filozofie en godsdienst, en, wat voor ons nu hoofdzaak is, de literatuur.

Maar tot slot van deze inleiding nog twee opmerkingen.

Ten eerste : Als men met de grote kwast schildert, gelijk ik nu gedaan heb, en lange tijdvakken van eeuwen met één tint kleurt, dan is er altijd iets onnauwkeurigs. Wie op 'n hoogte gaat staan en met één enkele blik over 'n

Sluiten