Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zó zijn vaak de leraren en de leerlingen.

Men ziet, ekskuzeren wil ik 't docenten-gild en daarbij bescheidenheid verzoeken aan hen die nooit te paard zaten, maar erkennen moet ik dat er veel is gezondigd.

Ja zeker, Vondel wérd in 1587 geboren en hij had 'n kousenwinkel en hij was suppoost in de bank van leening, en Tollens was drogist en wóonde in Rotterdam, en in 1669 werd Nil volentibus opgericht, en in 1837 De Gids en in 1885 De Nieuwe Gids. En mijn ene buurman heeft 'n fabriek van gewapend beton, en de andere is decoratieschilder, en mijn grootvader was kleermaker en mijn Tante Mie is gestorven in achttien honderd en zoveel ; dat weet ik niet presies meer.

Is dat literatuur, zulke poespas ?

Dat is er te vaak van gemaakt door mensen zonder geest en ziel. Geest en ziel behoren niet tot de eksamen-eisen voor 'n middelbaar diploma pf voor 't doctoraat in de Nederlandse Letteren. £r zijn doctoren in de Nederlandse Letteren die 't land hebben aan de letterkunde. ,,Ik ben historicus," zegt de een. „En ik filoloog," zegt de ander. Maar van de letterkunde moeten ze niets hebben, zeggen ze met 'n vies gezicht.

Herman Robbers, Bernard Canter, Casimir, die redakteur van de Bredasche Courant en alle andere recensenten hebben gelijk als ze fluiten en sissen tegen ons.

We hebben 't er naar gemaakt.

Maar is dat nu 'n reden om 't onderwijs in de Nederlandse Letterkunde.... en derzeiver geschiedenis af te schaffen ?

't Is de gewone gang van 't mensdom : toen men sommige dogma's van de godsdienst niet meer geloofde, en men vele vormen ging begrijpen als mensenwerk, toen maakte men zich los van de hele godsdienst, en van God erbij.

*

De geschiedenis der letterkunde kan ons vele dingen leren.

Eerst geeft ze geschiedenis, dan levens- en mensekennis, verder letterkundige begrippen, en om dit alles heen als 'n atmosfeer of als 'n aroma dat er uit opstijgt: artistieke ontwikkeling, onderscheidingsvermogen van mooi en lel ik,

Sluiten