Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luther en Calvijn,diehetmeeststofgevenaancaricaturisten; meestal Duitschers. Maar met het ontstaan van de Ligue in Frankrijk verschijnt de politieke caricatuur weer, rauw, wreed en fanatiek.

De Nederlandsche caricatuurprent is in dien tusschentijd ontstaan, hoewel ze eerst in het begin van de 17e eeuw druk begint voor te komen. De politieke satire is niets, als zij niet populair is. Zij raakt het algemeen belang, de res publica, zij moet gemakkelijk verspreid worden. Zij wil met haar critiek, met haar aanval, invloed uitoefenen, wil dus door dringen tot de intelligente menigte.

De gravure, de prent, is in Nederland een populair voorwerp geweest, een veel gebruikt en veel erkend voertuig der meeningen. Toch is de politieke caricatuur bij ons nooit een voorwerp van algemeene, hartstochtelijkheid, ademlooze belangstelling geweest als elders.

Wij kennen geen gevallen van beroemde caricaturenwinkels als die van Thomas Tegg, Fores of Mrs. Humphrey te Londen, en van Martinet te Parijs, waarvoor de massa zich bewonderend, genietend en tinnegietend verdrong. Ons volk heeft, behalve op enkele critische momenten, altijd nogal lauw gestaan tegenover de politiek. „Wat de heeren wijzen, moeten de gekken prijzen", en „de heeren moeten het weten", zijn teekenachtige zegswijzen gebleven.

„Heeren boeken zijn kwaat om lesen, Och, dat is ons dingen niet, laten wij ons moeien met onse werk", zegt Jut in de „Spaansche Brabander."

In geloofszaken heeft het Hollandsche volk nu zeker in de 17e eeuw niet zoo gedacht, en tegen het einde der 18e eeuw werd de politiek algemeen met eenigen hartstocht bedreven. Maar over het algemeen is ons volk geen politiseerend volk.

Sluiten