Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De twee koningen zitten op een ezel, zij steken de hoofden samen onder één Jezuietenkap. Onder de personages, die dit Jezuietenleger vormen, bevindt zich vader Peters of Petre, op een kreeft gezeten, hij heeft het prinsje, dat zulk een oude pretendent zou worden, in de armen, het draagt een molentje op het hoofd. Achter hem staat de pauselijke tiara met een Fransche lelie bekroond. In de Hollandsche beschrijving heet het kind „de nieuw geborene Antichrist V'

Arlequin Deodat en Panurge fungeeren nog op een andere prent, de mislukte expeditie van Jacobus naar Ierland hekelende waarop pater Peters en het ongelukkige kind evenmin ontbreken.

Het is teekenend voor Romeyn de Hooghe, wiens prenten in zijn eigen tijd reeds zooveel commentaar behoefden, dat hij een personnage uit de Italiaansche en uit de Fransche satirieke litteratuur er bij sleept om de vijanden van prins en volk te bespotten. Ér is iets cosmopolitisch aan hefn, en iets van den litteraat. Zijn figuren, en vooral de beesten die hij op zijn prenten te pas brengt, zijn overigens somtijds van een zuiver grafische grappigheid.

Zooals reeds vermeld is, trok de Hooghe ook tegen 's Prinsen binnenlandsche tegenstanders te velde, en wel vooral tegen het met den derden Willem even heftig als met den tweeden twistende Amsterdam. „Groothans met de Privilegezoekers" is een zijner prenten, waarin de hoofdstad wordt gesmaad om het beroep dat zij op oude privilegieën placht te doen, en aan haar plichten gemaand. „Nieuw liedt van de driedubbele kruysvaart van de ridders en grooten uit Uythangborden gesproten" vertoont een wonderlijk uitgedoste kerel die tegen Oranje optrekt; de leliën op zijn vel zinspelen op het (natuurlijk) veronderstelde heulen met Frankrijk. Meer allegorisch is „Het groot stookhuis der

Sluiten