Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gedrukt na de Romeinsche Copy", staat op elke titelprent ; en op de eerste van alle : „En worden verkoft t' Amsterdam bij Sebastiaan Petzold, op het Rokkin in de drie kroonen 1701".

De satire in dit tijdschrift, deze periodiek, neemt telkens den vorm van een fabel aan, als staaltje van de doorzichtige beeldspraak moge dienen dit citaat uit de eerste dezer fabelen:

„Het verdrag van den Tijger voorgesteld, en tusschen hem, den Eenhoorn, Leeuw en Kat gesloten." De Tijger treedt eerst alleen op, en ziet om zich heen wat er te doen valt.

„Maar zacht, daar doet zich voor mij een gewenschte gelegenheid op. De Nazaat van de Gotsche Leeuw, eertijds uit Africa tusschen de Pireneese bergen en Calpe overgezet, legt te zieltoogen. De lafhartige suffers vreezen dat uit zijn dood nieuwe bewegingen en ontroeringen zullen voortspruiten. Hierdoor gevoel ik mijn hoop en moed groeien, ik zal bij dat voorval, mijne klauwen roeren."

Heel anders is de opzet van het volgende deeltje, de volgende aflevering zou men kunnen zeggen : „De Toverlantaarn" hier zijn de toespelingen op Lodewijk XIV, en zijn verwachtingen en intriges bij den dood van den Spaanschen koning gekleed in een geheel ander gewaad : een samenspraak tusschen „De Courtisaane, de Basque, de Hidalgo, de Paap."

„Het geschil tusschen de Fransche Haan en Lombaardsche Hennen, beslegt door Jupiter" doelt natuurlijk weer op denzelfden politieken toestand. De Fransche haan en de Lombaardsche hennen komen voor Jupiter ; de laatste beklagen zich heftig over „deze groote Haan", die hun hok „vergiftigt met de ondraaglijke stank van knoflook". Jupiter dreigt zijn Adelaar te zullen afzenden op den Haan,

Sluiten