Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spotprentkunst schuilden in onze kunstenaars, wanneer een tweede-rangsschilder als Dusart dit bleek te kunnen! En hoe weinig zijn deze vermogens tot hun recht gekomen in de geheele 17e en 18e eeuw 1

De „héros de la ligue," hoe groot ook de fantasie in het détail is, waarvan de teekenaar blijk geeft, zijn wat uniform door den opzet en ook door den geest; als veelzijdigscheppend en zich telkenmale vernieuwend kunstenaar wil ik Dusart niet met Daumier vergelijken!

Maar er is ondanks het woest-f anatische van den spot, trots het benepene in den geheelen opzet dezer serie van alle naar dezelfde methode uitgevoerde personen-charges, van in één zelfde stemming van nijdigheid bedachte grofheden aan verschillende adressen, er is veel in dit werk dat getuigt zoowel van groot beeldend vermogen als van zeldzame geestkracht.

Het voortreffelijke model der koppen, dat anatomisch juist, en te gelijker tijd volkomen dienstbaar is gemaakt aan den haat waarmee zij bezien zijn, het zoo zeer levende van de uitdrukking dezer mensch gebleven monster-maskers maakt het nauwelijks aan te nemen dat het caricatuurportret hier zijn eerste woord spreekt.

Toch is dit inderdaad zoo. Het zou lang duren eer in ons land iets soortgelijks terug zou komen — gaven en gemoed der beste 18e eeuwers wezen elders heen.

De prenten verschenen in 1691. Er is nauwelijks grooter verschil in temperament, smaak en geest denkbaar dan tusschen Romeyn de Hooghe en Cornelis Dusart de beide hoofdfiguren der spotprentkunst van dezen bloeitijd. Maar het zijn deze beide kunstenaars die ons land die belangrijke plaats doen inruimen op het gebied der internationale caricatuur, waarop het zonder hen niet de minste aanspraak had kunnen maken.

Sluiten