Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is. Het zijn pittige, duidelijke etsjes, in enkel omtrekken getrokken door een geestige en gevoelige hand. De figuren, zonder al te caricaturaal te zijn, werden levendig en snedig getypeerd. Er is kleur en beweging in zijn grootere composities, al zijn ze wat weinig open. Hij is niet zoo knap als een de Hooghe of Dusart, maar wèl zoo komisch, en bij al zijn gewilde platheid voelt men in al zijn uitingen den beschaafden man. Tevens breekt hij geheel en al met het geleerd-allegorische, hij geneert zich niet voor de realiteit, voor het huiselijke. Hij is onze laatste, en verreweg beste caricaturist der 18e eeuw.

Muller stelt de vraag of een in zijn Atlas voorkomende losse prent op de Bataafsche Republiek ook van Van Woensel zijn kan. De geest is dunkt mij, verwant, maar de manier anders. Men ziet er een magistraat die een boer het gat likt, Willem V die zijn piek schuurt en andere toespelingen op de gebeurtenissen van den tijd, alles aardig geteekend.

Het zelfde beeld dat van Woensel gebruikt, ziet men nog op een andere, leelijker prent gebezigd : dat van de paruik die de achtbaarheid beteekent, welke den regent wordt ontnomen. — ,,'t Is nog niets" (sic) zegt een der weeklagende heeren „als we maar geen afrekening moetten doen van het geld."

Het beeld is symbolisch. De pruikentijd was uitgeluid.

Sluiten