Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rieke uitbeelding van een in die dagen opkomend en door organisatie machtig wordend ras, dat der anti-revolutionnaire deputaten, der „doleerenden", zooals het toen heette. Het is onmogelijk de raakheid van de karakteristiek, de echtheid der typeering niet te erkennen in die dorpsburgemeesters, schoolmeesters en ouderlingen, lieden van taai en koppig Hollandsch ras, zooals hij ze in hun meegaandheid met den sedert in faam nog zoo gestegen leider teekende. Zijn schuren en scholen met deputatenvergaderingen zijn klassieke genrestukken.

De litho's in de Lantaarn verdienen, ten deele althans, nog hooger lof. Ik denk aan den prachtigen Vliegerwedstrijd, zoo vol zwier en leven, aan die wapperende vlaggen in de uitgestorven straat. „Hedendaagsche Vaderlandsliefde", aan het „Landschap met opkomende buien", aan dat onvolprezen monsterconcert!

Een kortstondige, schitterende verschijning heeft Jan Holswilder in onze caricatuur gemaakt. In zijn beste werk beweegt hij zich op het hoogste plan, is hij de gelijke der grootsten.

Hij heeft ongetwijfeld eenige aansporing — meer niet — te danken aan Daumier . Zijn oorspronkelijkheid is daar geen zier minder om, want zelfs in de behandeling van het lithografisch procédé wijkt hij van dezen meester af.

Iets vóór de „Lantaarn" werd de „Amsterdammer", het weekblad van de Koo opgericht.

Johan Braakensiek was er, van den aanvang af, teekenaar. Braakensiek. die nu meer dan vijf en twintig jaar met

zijn politieke prenten het commentaar levert op de gebeurtenissen van onzen tijd, heeft altijd opmerkelijke illustratieve gaven bezeten, maar het temperament van den caricaturist gemist. Ik wil daarmee niet zeggen dat hij

Sluiten