Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnen zekere grenzen van belangstelling en waarneming, geen humor bezit. Het is de ietwat vergemeenplaatste en in dezelfde mate verouderde humor dien wij mooier bij Bakker Korff en David Bles vinden. Het is de smaak voor het genre-achtige, voor zekere theetante-knusheid, voor het ouderwetsche en plaatselijke typetje: baker, vischboer, doodbidder, koster. Er is iets stemmigs en keurigs in zijn beste werk, hij kan zich lekker thuisvoelen in een wat afgepast-burgerlijke grappigheid of verontwaardiging. Men kan de eerlijkheid in dit werk, dat steeds zich zelf blijft, erkennen, er de bekwaamheid van waardeeren, de veelzijdigheid, het aanpassingsvermogen, het conscientieuse, gedocumentariseerde, en zelfs de tot zekere hoogte vruchtbare vinding bewonderen, zijn vermogen om zijn personnages herkenbaar (wat nog niet altijd wi\ zeggen gelijkend) te maken — men kan dit alles, en nochtans voor al deze verdiensten in een caricaturist koel blijven.

Want afgezien van het buurvrouwachtige van den geest op zijn best, en het makke van de satire, is er in den teekentrant zelf iets droog en preutsch-corrects, zijn de lijnen hard en ongevoelig, de waarden schoolsch en berekend, is er, kortom, nooit iets dat verrast of verrukt. Het beste dat men van zijn werk zeggen kan, is dat het oprecht, duidelijk en deugdelijk is, het ergste, dat het eigenlijk niet heelemaal aan kunst toe is.

Dit daargelaten, zou men kunnen zeggen dat Braakensiek een eens toch niet onverdienden roem overleefd heeft. En niet geheel door eigen schuld, ofschoon zeer zeker zijn werk in later tijd achteloozer geworden is. Maar hij past niet recht meer in dezen ongemoedelijken tijd van rauwe tegenstellingen, en er is iets bijna tragisch in de lauwe commentaren, die deze geroutineerde geestverwant van Smies en Esser levert op de ontstellende gebeurtenissen onzer dagen.

Sluiten