Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hout waren. Léon de Bercy zegt van hem : ,,Tout en lui était en bois : 1'allure, le geste, la voix." Zijne poesie was aanvankelijk geïnspireerd op Baudelaire en Edgar Poe. Deze sombere poesie had niet veel succes. In zijn Poêles mobiles maakte hij reclame voor 'n fabriek. Deze liederen sloegen in en zoo schreef hij later Pommade Galopeau, reclameverzen voor 'n pedicuur. Hij begreep dat z'n genre 't vroolijke wezen moest en hij bundelde zijne Poêmes mobiles. Zijne vroolijkheid was lichtelijk ironisch en hij hekelde actueele gebeurtenissen : 1'Expulsion des Princes", „le Meeting de Métropolitain" etc. Hij behoorde niet, gelijk zoo vele der chansonniers tot de revolutionairen, hij was, wat men zoo noemt „bourgeois."

Victor Meusy was employé bij de spoor vóórdat hij als zanger optrad. Hij creëerde o. a. „O Sacré-Coeur de Jésus", dat zeer spoedig opgang maakte. <

In 1895 richtte hij het Cabaret du Chien noir op met Jules Jouy, Armand Masson, Paul Delmet, Jacques Ferny, Vincent Hyspa en anderen. Dit zijn alle bekende zangers, maar plaatsgebrek noopt mij ze slechts te noemen.

Vóór Salis trad reeds op M a r c e 1 L e g a y. Hij zong in verschillende cabarets tegelijk. O. a. zijn van hem bekend zijne „Le Semeur", „Au clair de lune." Georges Montorgueil, aan wien ik ook, omtrent 't volgende nogal wat ontleen, schrijft van hem in „La vie a Montmartre" : „révolutionnaire par habitude, qui n'avait de drapeau que ses cheveux."

Gustave Nadaud zong bij de piano zijne eigen liederen. Hij deed dat niet in 't café chantant, maar in fijne gelegenheden zooals b.v. le Caveau en la Lice chansonnière, maar ook in ondeftiger gelegenheden als La Lyre bienfaisante. Daar kwamen gewoonlijk mindere luidj es, maar langzamerhand ook beroemde auteurs.

Populair was les Rayons X in de rue Lipic. Daar zei Mimi Pinson' hare geliefkoosde romances.

In het cabaret des Quat'z arts zong Suzannae Drc e 1 hare oude rondeelen.

Sluiten