Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„deftig" en zóó aanvaardde men het dat hij de luidjes van divèrse pluimage tutoyeerde.

Hij lanceerde b.v. deze elegante woorden : .

„Què que tu prends ? Elle est gironde, ta gonzesse. Maïs quoi qu'elle a è faire sa gueule ?"

Het „fatsoen" verbiedt mij u deze woorden te vertalen, want 't is gepeperd. Men lachte, 't Was immers Briiant. En die mócht. En banaal is 't stellig niet. En, niet waar, als je den heelen dag wordt gevleid, dan is t wel eens aardig te worden uitgescholden. Bruant is er rijk aan geworden, aan zijne grofheid niet alleen natuurlijk, voornamelijk aan zijne liedjes. Wij zullen eenige crteeren. Eerst eenige regels uit zijn bekend gedicht „Su 1 pave. Dit eindigt aldus :

Je n'sais pas c'qu'y aurait a faire, Mais vrai, c'qu'on en voit d' la misère Su' 1'pavé 1

Et j'prétends qu' dans 1'siècle oü nous sommes On n'devrait pas voir autant d'hommes Su' 1'pavé.

Bruant houdt van de menschen uit 't volk en van de beesten : Over 'n hond schrijft hij deze aandoenlijke strophen :

Malgré qu'ca soy' que des bêtes I's ont d'la bonté plein les yeux.

Als hij kamerlid zou zijn :

Je parierais des petits sieux, Des filles-mères des pauvreg vieux

Qui, 1'hiver, gèlent par la ville

lis auraient chaud, corame en été, Si j'étais nommé deputé A Belleville.

Er volgen nog veel coupletten met 't zelfde entrain, met de zelfde „cri de coeur."

Wij hebben reeds gemeld dat Steinlen zijn bekenden

Sluiten