Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene groote grootheid te zijn, want toen ik dien naam opschreef, heeft zij dien onderstreept.

Nu vond ik het oogenblik gekomen om haar eens iets over zich zelf te laten vertellen en dat deed zij bereidwillig. ,,Ik geef me zóó in m'n liedjes," zei ze „dat ik gewoonweg óp ben als ik af ga. 't Is me moeilijk 'n „toetje" te geven, maar als de menschen aanhouden dan doe je 't tóch. Dat neemt niet weg dat ik eens 'n avond van acht tot tien uur gezongen heb en wel in den oorlogstijd ten bate van oorlogsweduwen in Dortmund. Ik was in langen tijd niet opgetreden, maar wilt u wel gelooven je moet zingen. Na dien avond was ik als het ware „aufgelöst", maar de menschen bleven zitten. Ze wilden al meer, al meer. Ik begon met „stimmliche Lieder", toen licht, toen dramatisch, toen pikant. Ik kreeg prachtige recensies. Eén recensent schreef 't volgende en dat is wel typisch : „Echte Kabaretluft wehte zu uns herüber." Later heb ik meegezongen in eene revue, maar dat was geen gewone revue, maar eene revue in cabaretgenre. De naam is ,,U. a. w. g." De muziek was van Victor Hollander en 't was in het Edentheater in Berlijn. Ik durf te zeggen dat ik de menschen in mijn tooverkring breng door mijne liedjes en — als ik me zelf eens prijzen mag — jalousie ken ik niet."

Ik vroeg haar naar dat heele pikante liedje van haar „Was wir Madchen traumen" dat wij van haar hadden gehoord, 't Is 'n liedje van wat blonde meisjes, bruine meisjes, roode meisjes droomen. Meer vertel ik er niet van. Zij vertelde dat de woorden waren van Eddy Beuth, dezelfde die dat prachtige „Czardaslied" gemaakt heeft, van die gravin die met een ouden graaf was getrouwd en door een Zigeunerlied gelokt, met den speler méétrok, totdat deze haar liet zitten. Dan in 'n nachtkroeg hoort zij opnieuw zijn lied na jaren, 'n Pracht-lied dat ook Pisuisse met zoo veel succes zingt.

Met Pisuisse is zij ook eens opgetreden in Scheveningen.

Dan heeft zij een maand eene tournée gemaakt door Bohemen. In Berlijn trad zij op in „de chat noir", waarvan Nelson de manager was. In München bij Benz, 'n bekend cabaret, waar ook Mary Irber optrad. In Keulen in „de Metropol." In Hamburg in „die Hölle." Op hare

Sluiten