Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SVEN SCHOLANDER, DE ZWEEDSCHE ZANGER BIJ DE LUIT

Het zou toch t e jammer wezen, wanneer wij niet de gelegenheid te baat zouden nemen dat deze groote zanger of beter gezegd voordrachts-kunstenaar en luitspeler in ons land was, om met hem te gaan praten.

Wij hadden hem eenige malen gehoord vroeger vóór den oorlog en wij dachten: „Hij zal nu wel een oude heer zijn geworden." Maar neen, hoor, „Sven" is en blijft jong. Het is zijn vriendelijke aard, die hem jong houdt, zijn goed humeur, zijne goede gezondheid en — naar hij zelf vertelt — „het lied, dat een jeugdbron is." Wij hoorden hem weêr en bewonderden zijne heerlijk exuberante voordrachtswijze : Een lok een beetje anders gestreken en een ander physionomie. Dan 'n ridder, dan 'n kleermaker, dan 'n varkenshoeder, b.v. in dat alleraardigste liedje van „die dumme Liese." Het typeerende talent heeft hij vóór boven alle zangers, die ik ooit heb gehoord en — gezien. Een allergenoegelijkste „olie Troubadour" zooals hij zich zelf, gekscherend, noemt. En zóó was hij ook in ons gesprek, toen hij mij in zijn gezellig hotel ontving, waar, zooals hij mij toevertrouwde „papa de waard" tevens portier was en mama de waardin bediende mèt de juffrouwen, d'r dochters."

Wij spraken over „het cabaret" en Sven zei: „Voor mij zijn mijne avonden eigenlijk zooals ik het ideale cabaret zie. Ik noem het wel liederenavonden, maar eigenlijk is het veel intiemer. Het is cabaret, het samenkomen van het publiek en mij, terwijl dat publiek naar mijne voordrachtsliederen luistert. Maar wat men gewoonlijk „cabaret" noemt, bevalt mij niet. Ten eerste is het Nederlandsohe Kunst VII 3

Sluiten