Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

half variété en dan de sigarenrook en het bedienen. Ik geef cabaret-kunst, maar niet in die omgeving. Ik geef het Sven Scholander cabaret.

Hoe het in Skandinavië is ? De Deensche dichter Holger Drachmann, een groot dichter met Ibsen en Björnson te noemen — hij is zoo om en nabij 1911 gestorven — heeft gestreden voor het literaire cabaret. Hij heeft één opgericht in Kopenhagen, waar hij o. a. zijne verzen voorgelezen heeft. Bij hem traden alleen de allervoortreffelijkste kunstenaars op. Hij gaf alleen het allerbeste. Maar men wilde 't niet. Ik zelf heb gedurende den oorlog 'n paar maal in Stockholm en Christiania in het cabaret gezongen, maar het waren pijnlijke avonden. Het was niet zooals ik me dat had gedroomd.

En weet u wat ook het nadeel is van „het cabaret ?" Ik heb drie liederen noodig om mijn publiek te „hebben." In 't cabaret heb je in 't geheel 2 of drie liedjes en je gaat af. Dan komt 'n nieuw nummer op de proppen. Ik moet 'n heelen avond hebben om ze te vangen. Het publiek komt, is koud. Dan wordt het warm, warmer, al warmer, tot het kookpunt toe. Zóó moet 't gaan. Ben ik 'n zanger ? Wel nee, m'n stem is niet zoo bizonder. Die in mij den zanger waardeert, kan net zoo goed 'n raaf gaan hooren. Ik heb nooit stem gehad, maar dat wat ik aan stem heb, dat kan ik beheerschen. Daarmee doe ik wat ik wil. Voordragen dat is de zaak. Heeft men geen stem dan gaat 't toch. Ik ben 't bewijs daarvoor.

't Luitspelen is erfelijk in mijne familie. Mijne grootmoeder van vader's kant bespeelde al als amatrice de luit. Die had al groot succes ten tijde van Bellman, die de eerste luitspeler en zanger was. Mijn vader leerde het van mijne grootmoeder en ik weêr van hem. Eerst deed ik het als amateur — ik was oorspronkelijk beeldhouwer — en op mijne reizen verzamelde ik veel liederen, volksliederen en de rest. Ik trad — zooals dat gaat — op weldadigheidsavonden op en vandaar kwam ik er toe voor het publiek op te treden. Toen begon ik te begrijpen dat dat eigenlijk mijne roeping was en de rest heb ik er toen aangegeven, want men kan geen twee heeren te gelijk dienen — dat staat al in den Bijbel en dat is ook zoo.

Sluiten