Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maandagmiddags, dan houd ik hier zoo'n soort van markt. Alle artisten, die geëngageerd willen worden, mogen dan 'n mopje zingen of dansen of voordragen. En nooit zeggen we „nee." Eerst kijken, 't Kon toch wel eens iets goeds zijn, niet ?"

„Wat dunkt u van a. s. Maandag, van uw jubileumavond ?"

„O, 't zal prachtig worden. U heeft gezien allerlei artisten treden op : Pisuisse en Lola Cornero en Anna Klaassen en mr. Kamp en nog heel vele anderen. En dan is er nog een schitterend plan. Ik mag niet uit de school klappen, maar het publiek zal er meê ingenomen zijn. Da's zeker. Eene verrassing van de feestcommissie. Een groot bedrag is^ er voor mijn feest ingekomen. Prettig, maar haast gênant. Ziet u, als er een groot artiest gehuldigd wordt, dan '. . . . enfin .... Potstauzend, ik moet er uitscheiden. Is Speenhoff al af ? Ik hoor de muziek daar al. Wat is 't gauw laat geworden. Dag, dag !"

En wij stonden te denken en te bepeinzen, wat hij ons zoo al vertelde, 't Was als een kaleisdoskoop. En wat we uit dit alles puren : Een sympathieke, energieke kerel is die man, een zakenman en toch artiest. En wij wenschen zoo van harte dat Maandag 10 December nu zonder phrase een onvergetelijke dag zal zijn voor „onzen Max."

En het was een onvergetelijke dag, maar niet alleen voor hem. Ook en misschien niet 't minst voor ons, die zijne gasten mochten zijn. U is misschien nieuwsgierig wat dat aardige idee van de feestcommissie was, waarvan hij mij vertelde. Ik zal uwe nieuwsgierigheid bevredigen. Het tooneel stelde voor een feestzaal, het wis een feestzaal. Aan een mooi versierde disch — 't diner was zoo juist afgeloopen, de champagne parelde nog in de glazen — zaten alle executanten van den avond : Pisuisse èn Hemsing, èn Anna Klaassen, èn Kamp, èn Clinge Doorenbos èn Lola èn Willy Corsari en nog zoo heel, heel veel meer, benevens de feestcommissie, waarvan Jan Feith de praeses was. In het midden zaten v. Gelder en zijne vrouw. Toen hield Feith 'n speech die klonk als een klok. Anderen volgden. En er werd gedronken en geklonken, dat 't 'n lieve

Sluiten