Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dan was ik klaar voor de opera. Ik zou nu — ik was intusschen 'n jaar of 17, 18 — aan de opera de „la Monnaie" verbonden worden. Maar intusschen werd ik hier uit Holland gevraagd, waar ik vroeger ook wel eens was geweest in de zomertijden. En wel om met Jacobs, Nap de la Mar en Manuel Lefèbre en nog iemand op te treden. Die „nog iemand" met wien ik kennis maakte was 'n sombere meneer. Hij heette Speenhoff. Kort daarna kreeg ik 'n engagement in 't circus Pflaging in Rotterdam. Dat was toen 'n groot établissement. Speenhoff stond me daar wel op te wachten en, kort en goed, ook door mijn voorspraak kreeg hij met heel veel moeite een engagementje daar.

Grappig, aanvankelijk begreep ik niet veel van z'n liedjes — ik zelf zong in 't Fransen, — die ik nu zoo door en door voel. Hij kreeg dus 'n klein engagementje, ofschoon Pflaging dacht dat z'n geluid niet sterk genoeg zou zijn voor zoo'n groote zaal. Maar 't liep heel anders dan hij gedacht had en dan ik zelf had gedacht. Hij had zooveel succes dat na eenige dagen de politie te paard er bij te pas moest komen om het volk tegen te houden dat naar binnen drong om Speenhoff te hooren. 'tt Einde, dat iedereen weet, is dat ik Speenhoff's vrouw ben geworden en de moeder van z'n dierbare kinderen. Tot voor korten tijd had ik nog altijd 'n beetje schroom voor het Hollandsche publiek — door de taal — een soort bescheidenheid ook, die nu langzamerhand voorbij gaat, want ook ik heb veel waardeering gehad bij ons jubileum. Ik zing altijd Koos' liedjes, nooit iets anders. Dat zou ik niet kunnen. Sommige menschen denken dat je geen geluid moet hebben voor die liedjes, maar dat is 'n vergissing. De stem moet aanspreken. Nu voel ik me absoluut aangetrokken tot 't cabaret. Ieder woord van de liedjes, die ik zing dringt tot m'n gevoel door. Ik weet wat Speenhoff met ieder woord bedoelt. De liedjes studeer ik nooit in. Ik lees ze door én dan draag ik ze voor. In gedachten prent ik me de woorden in. Zelfs Koos hoort ze dan 's avonds voor 't eerst. Maar als ik ze zing is 't 'n inspanning, al zijn 't nog zoo eenvoudige liedjes. Ik doe 't allemaal als in 'n droom.

Sluiten