Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

acters", vielen ze als wolven op mij aan. Heeft iemand persoonlijk succes, dan voel je van alle kanten de jalousie. Ze komen je opzoeken en feliciteeren, maar eigenlijk zouden ze veel liever hebben dat ze konden zeggen : ,,Jammer, je kunt zoo veel, maar dit of dat is je toch niet gelukt."

Nu probeer ik allerlei gaven, die Onze Lieve Heer me gegeven heeft te perfectioneeren. Voor zoover 't chanson mij daarbij dienen kan, zal ik 't met vreugde doen."

En hiermee was ons „interview" geëindigd en we hebben 'n borrel gedronken en bleven nog wat praten. Misschien interesseert 't u nog dat Pisuisse gedurende de mobilisatie reserve-eerste luitenant is geweest en dat hij vroeger — misschien nu ook nog — veel rose briefjes kreeg en dat hij in 't kostuum der Montmartrezangers: fluweelen broek, blauwe trui, optreedt.

De meeste chansons, die hij zingt, zijn niet door hem zeiven gemaakt, maar enkele heeft hij toch geschreven, o. a. ,,'t Lied van de thee", „het Concertgebouw", „de Fancy fair", „de Fransche gouvernante".

JAN HEMSING

Het spreekt wel van zelf dat ik onmiddellijk na Pisuisse zijn onaf scheidelijken accompagnateur — in twee beteekenissen zijn' begeleider—ga bespreken. De onafscheidelijkheid is als van Shang en Eng : denk je aan Pisuisse dan denk je aan Hemsing en denk je aan Hemsing dan denk je aan Pisuisse. En typisch is ook de wederzijdsche achting, bijna eerbied, waarmee ze over elkaar plegen te praten. Vroeger was 't net zoo tusschen Pisuisse en Max Blokzijl, die hem vroeger op den vleugel begeleidde. Ik kan niet nalaten daarover eene anecdote te vertellen. Hullebroeck, de Vlaamsche zanger, die noch Pisuisse, noch Blokzijl kende, was eens voor een Nutsdepartement ergens in de provincie opgetreden. Het toeval wilde dat Pisuisse, die zeker niét erg spraakzaam was dien dag — althans het was niet tot een gesprek gekomen — in de zelfde coupé zat. Spoedig daarna stapte een andere meneer

Sluiten