Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zie je, we zitten in 'n zekere onzekerheid. Hoe heette die man ? Hoe heette zijn vrouw ? Is hij later nog eens naar Afrika gegaan? Kwam hij er heelemaal heelhuids af?"

Jopie legde zijn wijsvinger tegen zijn voorhoofd — denkershouding — en zei: ,,Ik ben er, ik zal in twee regels jullie nieuwsgierigheid bevredigen.

En Jopie dichtte :

Zij vroeg: „Zeg Jan, heb jij 'n wond uit Afrika?" „Ik ga er nooit meer heen, ik ben nog gaaf, Rikal"

Zoo zou ik U nog andere verzen kunnen citeeren, het verheven gedicht van „Juffrouw Kip" of

Het huwelijk is een touw Waaraan steeds is gebonden Een man aan eene vrouw,

maar u heeft nu een indruk van wat Jopie éénmaal was.

Zooals gezegd, ook Eduard Coenraads hoorde tot die kring. Ja, toen Jopie verhuisde heeft hij het zelfde huisje gehuurd en we kwamen bijeen en hij zong, hij zong voor ons. Ja, even nog 'n anecdote uit den Jopie-tijd. Vele deftige mama's en vele deftige tantes vonden het maar zoo zoo dat haar dochters en nichtjes in het Jopiehol kwamen en eene van haar kwam tot het onzalige denkbeeld er eens een inspecteur van politie heen te zenden. De dienaar van den Heiligen Hermandad kwam. Jopie noodde hem te gaan zitten en 't duurde niet lang of de inspecteur zat met'n kopje thee vóór zich en 'n bak met apenootjes in zijn schoot. Bij zijn vertrek wierp hij het gebruikelijke dubbeltje in het busje, dat aan de wand hing voor de onkosten van thee, koekjes en apenootjes en hij zei : „Ik ben nu als inspecteur van politie gekomen ; ik hoop dat ik nog eens als gast terug mag komen." En dit werd hem genadiglijk toegestaan.

Mijn vriend Eduard Coenraads heeft tijdelijk zijn vak er van gemaakt: van 't zingen van liedjes, die hij zelf had gemaakt en daar hij nu te ver van Amsterdam is om hem

Sluiten