Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor „de Speeltuinen" en zoo meer. O, d'r zit zoo'n macht, zoo'n opvoedende kracht in. Mijn hoofdprincipe is : 'n Liedje mag zijn zoo 't is, maar nooit scabreus. Als je moeder, je meisje of je dochter er niet bij mogen zitten, dan is 't geen eerlijk liedje. En zoo vind ik 't ook erg jammer dat zoo veel makers van liedjes zich blind staren op ,,'t bedrogen meisje".

Makkelijk is 't niet om altijd stof te vinden. Geloof me, drie avonden achter elkaar met verschillende van je eigen liedjes te vullen in „Salvatori" te Amsterdam b. v., valt niet meê.

Om nog es even op m'n soldatentijd terug te komen : Ze smokkelden wel eens niet-soldaten meê. 'n Koetsier of 'n arme naaister en die was dan wat blij eens 'n oogenblikje met d'r gedachte uit de distributiemisère te komen. Maar de dienst was zwaar. Op den tweeden Paaschdag kregen wij een regeeringstelegram of we ons beschikbaar wilden stellen. En we hebben toen op dien éenen dag op drie forten gezongen. Drie soirées op één dag. Zoo'n soirée eindigde dan met „het Wilhelmus". Dan gauw in 'n auto en naar 'n ander fort. Uitstekend hielp ons bij dat alles dr. de Hartogh van de Plantage Middellaan in Amsterdam. Dat was d e man.

Ik sprak van 'n kracht ten goede, die wij uitoefenen konden. Ik was maar korporaal, maar ik spaarde de spot niet, ook niet de spot op de hoogeren. En dat lieten zij zich best aanleunen ook. Op de Harskamp was er eens groote ontevredenheid. Ik deed wat ik kon, sprak de menschen toe : „De officieren zijn toch ook in dienst. Laten we nou niet kankeren. Als iedereen nou doet wat ie doen moet, dan gaat 't toch wel." En zoo'n gemoedelijk praatje gaat er dan wel in.

Op Kattenburg zong ik vaak 'n liédje : „Holland, pas op !" Dat is 'n propagandaliedje op de Burgerwacht. Ik zing 't nog altijd. Nou zijn ze op Kattenburg niet erg burgerwachterig en zóó zei eens een bewoner van die buurt tot me : „Als u g e z e g d had, wat u z o n g, dan leefde u niet meer."

Weet u wat zoo eigenaardig is op Kattenburg : Die lui voelen zich altijd de minderen in de wereld en zijn door en door goedhartig. Zóó gaven ze ons een rammelaar voor ons kind cadeau en ze speechten : „Daar u devrijpostigh e i d heeft tot ons af te dalen."

Sluiten