Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HERRE DE VOS

Toen ik c.a. twaalf jaar geleden in Amsterdam kwam, waar ik sindsdien woon, nam de toen reeds tamelijk, nu zeer bekende tooneelschrijver Jan Fabricius, die een vriend van mij is, mij meê naar Otto Knaap. Een zeer oorspronkelijke geest was die en dien middag zal ik niet vergeten. Op de sopha lag een jonge man met'n zeer fijn besneden gelaat, 'n beetje lijdend — waarschijnlijk migraine — en hoe 't kwam weet ik niet, maar hij deed mij denken aan den jongen Werther. Deze jonge man was toen op het conservatorium bij Cateau Esser. Hij was zanger en die jonge man was Herre de Vos.

Een poos ging voorbij. Toen, op zekeren avond, kondigde een chansonnier in het Centraal theater aan :„...., lied en woorden van Herre de Vos." En telkens als we nadien hoorden: „lied en woorden van Herre de Vos," wisten we dat 't oorspronkelijke, roerende of vroolijke muziek zou zijn en dat de woorden eene oorspronkelijke gedachte zouden behelzen.

Hem zelf hebben wij ook zien optreden, maar 't meest waardeeren wij hem als maker van — waarom maar niet weêr dat woord gebruikt — „het levenslied."

Zijne liedjes staan bij mij op de piano : „Aan 'n Landweerman," brief van z'n vrouw ; „M'n Spaansche," „Oü jaarsavond" ; „Strooi-avond op 't Atelier" ; „Enfant terrible," woorden van Sam Trip, muziek van Herre de Vos ; M'n Overbuurtje" ; „Neel, je bent 'n Jeweel," Jordaa» Step-duo.

Dan zijne „Rosse liedjes" : „Dat....!"; „Haar Antwoord" ; „De Pleureuse". En boven dat al staat, wat kunstwaarde betreft, dat prachtige lied : „Maria-Magdalena."

Ik vroeg hem mij wat te vertellen en hij vertelde : „Ik begon muziek te componeeren een beetje uit „dépit" dat ik met m'n stem niet kon wat ik wilde en ik begon met ernstige. In die dagen woonde ik op 'n atelier met Hoogerwaard en met een beeldhouwer. Op diezelfde etage woonde

Sluiten