Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leo Gestel. Bon. Ingenhousz en alle jongeren waren daar welkome gasten. Daar kwamen Piet v.d. Hem, „Jantje" van „de Nieuwe Groene" en nog 'n heeleboel lui meer. 't Was 'n berucht atelier daar in de Jan Steenstraat, want 't ging er lustig toe. Daar stond 'n oude piano. En de een speelde mandoline, 'n tweede cello en soms, ter vermeerdering van de feestelijkheid, werd er 'n groote teekenhaak op de piano gelegd om de onaangename klank te verhoogen. Behalve sommige avonden waren de Zaterdagmiddagen daarvoor gereserveerd. Als het kleed was uitgestoft, begon het concert. We dronken veel (thee), ook als we wel eens niet te eten hadden. W

Er is wat uitgespookt op dat atelier. En wij allen denken met weemoed aan dat gelukkige jaar iSfiS, Zooals gezegd, ik maakte toen heel ernstige liedjes, heele bundels, die ik nooit heb uitgegeven. Cabaretliedjes waren het niet, want eerst later maakte ik beter kennis met het cabaret. Er werd toen nog niet zoo gelevensliederd — trouwens *t begint nu weèr te verminderen. Toch werden er wel Fransche liedjes gezongen, uit Parijs afkomstig en ook Eduard Jacobs was er al en Speenhoff. Toen ben ik ook maar es gaan probeeren 'n paar liedjes in dat genre te maken. M'n eerste was „De Pleureuse". Daar had ik 'n malheur mee. Ik had het naar „de Groene" gestuurd en het zou die week worden geplaatst. Maar het toeval wilde dat het werd uitgesteld. Het was net in den tijd dat die quaestie aan de gang was dat de Joden niet in „Trianon" mochten komen en toen heeft Piet v. d. Hem een spotplaat daarvoor geteekend en die moest er natuurlijk dadelijk in van wege de actualiteit. Zóó gebeurde het dat 't liedje 'n paar weken later werd geplaatst. En in dien tijd had Speenhoff — de toevallen regeeren de wereld — 'n liedje in de Telegraaf gezet dat net zoo heette als mijn liedje : „De Pleureuse". En als 'n bewijs hoe hetzelfde denkbeeld tegelijkertijd bij twee menschen kan opkomen mag ook dit dienen: 'n Paar jaar later plaatste ik in „de Kunst" 'n lied „Ou jaars-avond," de geschiedenis van'n juffrouw van de vlakte, die op dien avond alleen en verlaten zat, en Speenhoff vertelde : „Herre, ik had precies het zelfde idee."

Een liedje gaan zitten maken op dit of op dat oogen-

Sluiten