Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oud heertje glundert knusjes: Daar aan den overkant Loopt kittig, frisch en blozend Een dienstmeid, heel parmant. Hij knikt voor 't aardig dingetje. Zij staakt haar wandelingetje, Giert 't uit om dat paskwilletje Het heertje met zijn brilletje. Hij denkt.gegriefd vol spijt: ,,'t Was anders in mijn tijd."

Zijn kleinkind komt naar binnen, Ziet zonder groeten rond, Gooit hoed en tasch op tafel, Gaat spelen met den hond. En opa ziet, dat kereltje, Dat hoort niet in zijn wereldje Zoo'n bruut, respectloos willetje En over 't gouden brilletje Kijkt hij met streng verwijt, ,,'t Was anders in mijn tijd."

Oud heertje gaat wat rusten,

Dut suffend even in.

Oud heertje schijnt te droomen

Een traan drupt langs zijn kin.

Een zenuwschok, een rilletje

En op zijn schoot valt 't brilletje.

Het fonkelt daar in 't zonnelicht:

Oud heertje heeft een droomgezicht.

1n Visioen, dat stil verglijdt.;..

Hij leeft weer in zijn tijd....

Op mijn verzoek om mij eens iets over haar werk te schrijven, was mevrouw Manna de Wijs zoo bereidwillig mij het volgende briefje te zenden:

Haag, 28 Maart 1920.

Zeer geachte Heer,

Ik wil gaarne nog eens 't een en ander over het tot stand komen van mijne liedjes vertellen.

Ik ben wel geen mensch voor lange verhalen en alles ging zoo dood gewoon dat u het sensatie zoekend publiek niet zult kunnen vergasten op deze nuchtere opsomming.

Het is mij nooit gegaan zooals de meeste artiesten, die bij 't zien van iets treffends eene ingeving krijgen en dan tot in den nacht zitten te dichten. U zult wel aan mijn liedjes gemerkt hebben dat ik eigenlijk slechts eenvoudig heb weer gegeven „precies zoo als het is." Nu zoowat 6 jaar geleden kwam mijn eersteling op papier. Ik speelde

Sluiten