Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EMIEL HULLEBROECK

Je zou zweren 'n Franschman. Aardig klein fluweelen jasje, gezellige kop, zwarte moustache en sik. Toch 'n Vlaming in hart en in nieren. Iemand, die het Vlaamsche lied mint en propageert. En geen betere propagandist dan... de paedagoog Emiel Hullebroeck. Want wat niemand kan in ons goede, maar iet-wat stijf-déftige landje kan hij : Hij laat, zoo waar, de menschen in het deftige Concertgebouw, de fraaie dames, en meneeren met gladde bollen meezingen het lustige refrein van de lustige Vlaamsche liedjes, die zijn van René de Clercq, van Théodoor Sevens, van Gustaaf de Mey, van Herman Broeckaert, van Hubert Melis, van Willem Gijssels en van vele anderen nog.

Dan zegt hij : ,,'t Is nog niet best, meneeren en mevrouwen" en deze spannen zich nog meer in om het hun „meester" naar den zin te maken, die dan met 'n eigenaardig klankje in zijn stem : „goed" zegt. En dan wordt er gezongen van „de dikke Dahlia" en van „Tineken van Heulen in z'n hemd" en na zoo'n avond van prettige, Vlaamsche kunst ga je opgewekt naar huis.

Hullebroeck heeft een aangenaam geluid, een fijne tenor. Hij zingt gevoelig, begeleidt zichzelf en de door hem zelf gemaakte wijsjes zijn prettig meeslepend. Zoo hebben zijne liederen eene zeldzame populariteit verworven : In bijna ieder beschaafd Nederlandsch huisgezin kan je zijne liederenbundels op de piano vinden en op gezellige avonden worden ze uitgegalmd.

Van de persoon van Hullebroeck weet ik niet veel te vertellen : Hij woont te ver af om hem te „interviewen" en, daar wij uit de courant weten dat hij het druk heeft met allerlei zaken, willen wij het hem niet lastig maken met schriftelijke vragen.

Wij weten nog dat hij eene tournée heeft gemaakt door Indië en dat hij daar minstens hetzelfde succes heeft gehad als hier.

Een deel van zijn succes heeft hij stellig ook te danken aan de mooie woorden van z'n liedekens. Die vind ik

Sluiten